Gafaseerd knotten langs het Collievlinderpad voor een rijker flora- en faunaleven


Vandaag is stad Roeselare gestart met het gefaseerd knotten van de wilgen langs het Collievlinderpad. Ze doen dat niet enkel om esthetische redenen maar ook omdat oudere knotwilgen vaak allerlei planten en dieren herbergen. Menig steenuiltje vindt in een knotwilg zijn nestplaats. Kleine knaagdieren en een groot aantal insecten wonen in knotbomen. Als een van de eerste inheemse lentebloeiers zijn de bloemen, de wilgenkatjes, erg belangrijk voor de bijen. Vlinders hebben waardplanten nodig voor de voortplanting. Er zijn specifieke soorten die hun eitjes alleen op wilgenblaadjes leggen. In het voorjaar komen die eitjes uit en eten de rupsen zich vol met wilgenblaadjes om zich daarna te verpoppen tot nieuwe vlinders. Voor de vlinders is het belangrijk dat niet alles in een keer geknot wordt, want dan kan een volledige populatie ineens verdwijnen.

Langs het Collievlinderpad vormen de knotwilgen ook een versteviging van de oevers. Knotbomen moeten elke vijf tot zes jaar volledig van hun takken worden ontdaan. Gebeurt dit knotten niet, dan is de kans groot dat ze openscheuren of verzakken en ziek worden.


Hoe kunnen we het knotten juist doen?

Als mens kunnen wij waarde toevoegen aan een gebied. Variatie behouden in de natuur is een belangrijke zaak. Dat kunnen we bereiken door gefaseerd te knotten. Knot niet alle bomen in één keer kaal, maar laat ook een aantal knotwilgen ongemoeid zodat allerlei diersoorten hun voedsel-, leef-, -schuil en nestgelegenheid blijven behouden. Knot om en om. Knotten kan men het best doen, om de twee jaar, een-jarig opslag geeft nog geen stuifmeel- nectar. Deze wijze van knotten geeft dus extra werk. Hou daarbij in je gedachten waarvoor je het doet, mens en dier varen wel bij een rijker flora- en faunaleven!